De diagnose ‘myasthenie’ wordt gesteld bij ‘vermoeibare’ spierzwakte. Vermoeibaar betekent dat de spierzwakte toeneemt bij inspanning en dat de spieren vaak herstellen door rust. De diagnose Myasthenia Gravis (MG) is gebaseerd op1,2:
Om zekerheid over de diagnose te krijgen, kunnen verschillende soorten onderzoek worden gedaan: naar antistoffen in het bloed en naar de signaaloverdracht in de spieren.
Bloedonderzoek1,2
De antistoffen richten zich bij Myasthenia Gravis tegen specifieke eiwitten op het oppervlak van de spiervezels. Deze eiwitten spelen een essentiële rol in de overdracht van signalen van de zenuwen naar de spieren. Met bloedonderzoek kunnen deze antistoffen worden opgespoord.
Elektromyografie (EMG)1,2
Met elektromyografie (EMG) kan een storing in de signaaloverdracht tussen zenuw en spier worden aangetoond. Daarbij worden de zenuwen met stroomstootjes geprikkeld om de reactie van de spieren te meten.
Ander onderzoek1,2
Als de antistoffentest en het EMG geen duidelijkheid geven, kunnen er nog andere testen gebruikt worden om de diagnose te stellen, zoals de neostigminetest1,2
MG is nog niet te genezen, maar de verschijnselen zijn wel goed te behandelen. De behandeling is een kwestie van maatwerk. Het is belangrijk een balans te vinden tussen het goed behandelen van de spierzwakte en zo min mogelijk bijwerkingen krijgen van de gebruikte medicatie1.
Een belangrijk doel bij de behandeling van MG is: klachten verminderen en streven naar momenten zonder symptomen3. De arts, meestal de neuroloog, zal met u kijken hoe de symptomen verminderd kunnen worden, met leefstijlaanpassingen en/of medicatie.
Regelmatig in gesprek blijven met de arts helpt om samen te ontdekken wat werkt. De MG-ADL-schaal kan helpen om inzicht te geven in hoe uw symptomen veranderen — van 0 (geen klachten) tot 24 (zware klachten)4.
Medische behandelingen voor MG
Er bestaan snel- en langzaamwerkende afweeronderdrukkende behandelingen, medicijnen die de informatieoverdracht tussen zenuw en spier verbeteren, en voor sommige patiënten is het weghalen van de zwezerik (thymus) met een operatie een optie1,3. Voor MG zijn/komen ook nieuwere klassen medicijnen beschikbaar3. Vraag uw arts naar de behandeling die geschikt is voor uw vorm van MG1,3.
Algemene gezondheid
Hier op MG United geven we adviezen hoe u de algemene gezondheid zo goed mogelijk kunt houden nu u moet leren leven met MG.
Zoals bij alle aandoeningen is het belangrijk om te letten op de algemene gezondheidszaken, zoals gezonde voeding en voldoende beweging.
Zorg dat het gewicht niet te hoog wordt. Er is geen speciaal dieet voor MG, maar bij spierzwakte zit overgewicht in de weg bij het bewegen1,5.
Overgewicht zorgt vaak ook voor te veel vetopslag rond de romp en met name de buik. Dit belemmert de bewegingen van het middenrif6. Het middenrif is de belangrijkste ademhalingsspier en kan bij MG aangedaan zijn en dus zwakker zijn1.
Bewegen is ook belangrijk voor mensen met een spierziekte. Gezien de snelle vermoeibaarheid van spieren bij auto-immuun MG wordt aanbevolen om op maximaal 70% van de maximale kracht te trainen7. Train minstens driemaal per week met een kleine inspanning. Ga niet een keer per week ‘pieken’8.
Voor patiënten die veel spierzwakte hebben zijn lopen, fietsen, een boodschap doen, huishoudelijke taken of de eigen lichamelijke verzorging al een opgave. Dit gaat allemaal gepaard met spieractiviteit en draagt bij aan een verbetering van de spierconditie1. Wie sterker is en al een redelijke conditie heeft kan buiten de dagelijkse ommetjes en activiteiten extra gaan sporten, bijvoorbeeld door extra lopen of fietsen of in een sportschool. Dit kan ook onder begeleiding van een fysiotherapeut1.
Bronnen
1. Myasthenieen expertisecentrum. Beschikbaar via: https://mgexpertisecentrum.nl/passende-zorg/patienten/myasthenia-gravis/aanvullend-onderzoek/, geraadpleegd maart 2026.
2. NVN Richtlijn Myasthenia Gravis. Beschikbaar via: https://www.spierziektencentrum.nl/guideline/myasthenia-gravis-autoimmuun-consensus-richtlijn/, geraadpleegd juni 2026.
3. Narayanaswami P, et al. Neurology 2021;96(3):114-122.
4. Wolfe GI, et al. Neurology. 1999;52(7):1487-1489
5. Gilhus N, et al. Nat Rev Dis Primers. 2019;5:30.
6. Thijs W. 2018. Beschikbaar via: https://hdl.handle.net/1887/61041, geraadpleegd juni 2026.
7. Westerberg E, et al. Medicine (Baltimore) 2018;97(31):e11510.
8. Westerberg E, et al. Muscle Nerve 2017;56(2):207-214.
MED-NL-UNB-2600020